Het eerste hoofdelement dat we bekijken is stikstof (N). Dierlijke mest bevat veel stikstof. Deze stikstof is afkomstig uit het voer dat de dieren krijgen. Hier zit wel verschil in. Zo bevatten gras en krachtvoer 3 keer meer stikstof dan snijmaïs. Dit is weer terug te zien in de mest.
Stikstof kan door de plant worden opgenomen in de vorm van nitraat (NO3–) en ammonium (NH4+). Ureum (CH4N2O) wordt eerst omgezet naar ammonium voordat het wordt opgenomen door de plant.
Stikstof die niet wordt opgenomen door de planten hoopt zich op als restnitraat in de bodem. Deze restnitraat kan uitspoelen naar het grondwater. Daarnaast kan stikstof uit dierlijke mest verdampen als ammoniak (NH3) en in de lucht terechtkomen. Teveel ammoniak zorgt voor verzuring van de bodem. Daarnaast zorgt teveel stikstof voor ‘eutrofiëring’. Dat wil zeggen dat door een overmaat van voedingsstoffen bepaalde plantensoorten (zoals algen in water) snel groeien en andere planten verstikken.